Wittevliegen (Aleyrodidae)

Ze zien eruit als kleine witte motjes en ze heten vliegen, maar ze zijn dichter verwant aan bladluizen dan aan vliegen of motten: wittevliegen. Anderhalve millimeter smerigheid. Ze kunnen in kassen en serres een plaag worden; bij ons in de tuin zijn er wellicht een paar kaswittevliegen (Trialeurodes vaporirum) meegekomen met een kasplantje want het was er eigenlijk al te koud voor toen ik deze foto nam (begin oktober):


Misschien een kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum)

Bladvlooien (Psyllidae)

Volwassen bladvlooien zie je meestal niet. Ze lijken een beetje op een kruising tussen een bladluis en een (dwerg)cicade, en ze kunnen heel erg goed springen.


Een onbekende bladvlo, rechts met verhoogd contrast.

Luizen (Phthiraptera)

Hoe vreemd het ook moge lijken: luizen zijn wantsachtigen.

Geen welkome gasten, maar helaas bijna onvermijdbaar met kinderen op school: hoofdluizen. Ik zat er vol van, de laatste keer dat mijn dochter er van de kleuterschool mee thuisgekomen is. Brr.

Hoofdluizen zijn vleugelloze insecten, met klauwtjes aan hun poten waarmee ze zich aan het haar vasthouden. Ze kunnen niet springen zoals vlooien, ze overleven ook niet op huisdieren en sterven binnen een dag als ze van iemands hoofd vallen: ze hebben mensenbloed nodig om te overleven.


Hoofdluis (pediculus humanus), geoogst van het hoofd van mijn dochter

De eitjes (neten) worden tegen een haar geplakt, waar ze na zeven à tien dagen uitkomen. Luizen doorgaan gedurende zeven à tien drie opeenvolgende stadia als nimfen waarna ze volwassen zijn en weer neten kunnen leggen. Vrouwtjes kunnen tot honderd neten leggen tijdens hun leven, dat zo'n maand duurt.

Het zijn in alle opzichten vieze beesten.