
Een klein, onbekend vliegje.
Misschien een fruitvliegje,
misschien een bloemevliegje, misschien iets anders.
Vliegen en muggen (Diptera) zijn gemakkelijk te herkennen: de overgrote meerderheid heeft vleugels, en waar alle andere vliegende insecten twee paar vleugels hebben, is bij de vliegen en muggen het achterste paar gewijzigd tot een haltertje (duidelijk zichtbaar bij langpootmuggen).
Er zijn zo'n 120.000 soorten, onderverdeeld in:
- Nematocera (muggen, langpootmuggen, motmugjes, ...), waarvan de larven een volledig afzonderlijk hoofd hebben met horizontaal bijtende kaken, vleugels en poten bij de poppen vastzitten, en de volwassen beesten antennes met veel segmenten hebben
- Brachycera (roofvliegen, viltvliegen, paardenvliegen, ...), met larven met een onvolledig hoofd met verticaal bijtende kaken, waarvan de poppen geen uitwendig zichtbare aanhangsels hebben, en de volwassen antennes hebben met drie segmenten
- Cyclorrhapha (alle andere vliegen, onder meer zweefvliegen, strontvliegen, fruitvliegen, vleesvliegen en huis- en bloemenvliegen): larves hebben praktisch geen zichtbaar hoofd meer, poppen hebben wel uitwendig zichtbare aanhangsels maar zitten vaak in een cocon (puparium)