Met (dwerg)cicades (Cicadellidae en Cercopidae) is het precies als met springstaartjes: geen mens wat dat ze bestaan, tot je erop begin te letten, en dan zitten ze overal.
De leukerds hieronder zijn spuugbeestjes (Philaenus spumarius), één van de soortes schuimcicades waarvan de nimfen in een hoopje schuim zitten. Deze twee zaten plots op mijn vinger terwijl ik andere dingen aan het fotograferen was. Ik vermoed dat ze druk bezig waren The Cicada With Two Backs aan het maken:
De eerste dwergcicaden (Cicadellidae) op onze koer zaten op een potje verse kruiden dat we in de winkel gekocht hebben en dan in een grote pot geplant hebben. De kruiden zaten er helemaal vol van. Die kruiden staan er nu al een tijd, maar het zit nog altijd vol.
De dwergcicades op de salie zijn mij een compleet raadsel: ze hebben er de hele zomer opgezeten, en zelfs laat in oktober en in november zit het vol:
Midden november zitten er meer en meer Eupteryx die er uitzien alsof ze in twee gespleten zijn, met een donkere onderkant en een verfomfraaide, precies opengespleten bovenkant.
Geen idee of het gewoon vervellende beesten zijn, of dat er iets anders aan de hand is.
Update januari 2005: het zal wellicht één slecht verveld beestje geweest zijn, waarbij de vleugels verstoord geweest zijn en verkeerd opgedroogd. Zó zien die beesten eruit als ze net verveld zijn:
Merk ook op dat de salie er in putje winter (januari 2005) merkelijk minder gezond uitziet dan in de zomer.
Het beestje hier linksonder was zó klein dat ik eerst dacht dat het een (klein) springstaartje was; het is echt wel op de limiet van wat mijn fototoestel nog aankan. Waarschijnlijk is het een nimf van de dwergcicades hierboven (Eupteryx sp.).
Van deze zit het bij tijd en wijlen vol, ook de hele winter door trouwens. Felgroene dingetjes: