De kinderen (drie en bijna zes) zijn al serieus goed op weg om allerlei klein grut in de tuin te identificeren—pak dit beestje bijvoorbeeld:
Het is duidelijk een mug, maar mocht dat niet zo duidelijk zijn: het heeft zes pootjes en geen acht, dus het is een insect. Het heeft maar twee vleugels, dus 't is een mug of een vlieg. En de voorste pootjes staan naar boven, dus 't is een mug die niet steekt: een "lieve mug" voor de kinderen, een dansmug voor de rest van de wereld.
Nu, zelfs als de pootjes plat zouden staan of als de achterste pootjes naar boven zouden wijzen, dan nog zou het voor de kinderen een "brave mug" zijn: aan de pluimachtige antennes kun je zien dat het een mannetje is, en mannetjes steken niet.
Moeiijk de precieze soort te geven, maar in ieder geval: een akelig beest.
Muggenlarven hangen net onder het wateroppervlak; als er ook maar een schaduw in de buurt zit, zwemmen ze allemaal tegelijk met een wriemelbeweging naar beneden:
De naam zegt het helemaal: ze zien eruit als motjes, maar het zijn eigenlijk mugjes. Van dichtbij kun je zien dat hun vleugels geen schubjes hebben zoals bij motten, maar vol met haartjes staan.
Je ziet ze vaak in vochtig weer of rond aflopen en toiletten. De larven leven soms in mos ofvochtig plantaardig materiaal, maar meestal op de slijmfilm met (vervuild) water in aflopen, septische tanks, waterfilters en dergelijke. Aan de ene kant zorgen ze er voor de zuivering van het water omdat ze bacteriën, schimmels en algen opeten, maar aan de andere kant kunnen ze zeer snel een echte plaag worden: motmugjes leggen 30 tot 200 eitjes, larven komen binnen twee dagen uit, en tien tot vijftien dagen later is er alweer een nieuwe generatie geslachtsrijpe volwassen dieren, die binnen een paar uur paren.
Motmugjes kunnen niet zo goed vliegen. Ze zitten vaak stil op muren in de buurt van hun kweekplaats. Als je er dichtbij komt, springen ze meer weg dan ze webvliegen.
De larves van langpootmuggen (ze heten ook wel emelten) kunnen wel een jaar leven, vaak in of rond water, maar ook wel in rottend hout, of in de grond waar sommige soorten graswortels opvreten. Volwassen langpootmuggen leven helemaal niet zo lang en leven op plantaardig materiaal, nectar en honingdauw.
Bij langpootmuggen kun je duidelijk zien dat de achtervleugels bij diptera (vliegen en muggen) gewijzigd zijn tot speldvormige kolfjes. In die halters zitten evenwichtsorganen die als een soort gyroscoop gebruikt worden tijdens de vlucht:
Toen ik klein was, dacht ik dat er maar één soort langpootmuggen was, waarvan de mannetjes en de vrouwtjes er anders uitzagen, met een puntig achterlijf of niet. Nu weet ik beter: er zijn stapels verschillende soorten langpootmuggen, van 5 mm tot meer dan 7 cm groot, en van lichtbruin tot zwart en geel gestreept. In onze tuin komen ze in twee groottes: de "normale" grootte, misschien een centimeter of vijf-zes lang, en dan kleintjes van ongeveer een derde zo groot.
Naast Tipulidae, die te herkennen zijn aan de elf of meer segmenten in hun antennaal flagellum (segment drie en verder), een verlengd laatste palpal segment, en een vooruitstekend deel aan hun hoofd met een "neus" erop, hebben we in de tuin ook Limoniidae: