Klimplanten zijn planten die één of andere vorm van ondersteuning nodig hebben om naar boven te groeien. In het algemeen doen ze dat met twee soorten mechanismes: ofwel actief door luchtwortels of zuignappen of ranken te laten groeien (zoals bij clematis en klimop), ofwel passief door de vorm van de takken of door stekels (zoals bij klimrozen). Veel klimplanten worden kruipplanten als ze geen ondersteuning krijgen.


Clematis, klimop, kamperfoelie en wilde wingerd in juni 2003.
Op de clematis na, allemaal schielijk overleden.

Rankende planten

Deze planten slingeren zich rond een steun, bijvoorbeeld een andere plant of een klimrek. Ze hebben hiervoor speciale bladstelen of rankorganen.

In onze tuin staan twee clematissen; ik weet niet meer vanbuiten dewelke precies. Ze waren in de zomer van 2003 zo'n goeie drie meter hoog en helemaal in en tussen klimop en kamperfoelie gegroeid, maar in augustus 2003 zijn ze praktisch helemaal van de muur getrokken. Het moet zijn dat (een deel van) de wortels in de grond gebleven zijn, want na een tijd zijn ze weer uitgekomen:


De twee clematissen die een verblijf onder het bouwpuin overleefd hebben.
De linkse is terug uit de grond gekomen in november 2003, de rechtse in mei 2004.

Een clematis geraakt niet op eigen kracht naar boven. In een vorig leven hadden deze clematissen een klimrek; nu is het het bedoeling dat ze zich gaan vasthechten aan klimop die we erlangs geplant hebben. De klimop groeit wel een stuk trager op dit ogenblik, en dus heb ik voorlopig wat koorden gespannen over de schroeven waar vroeger het rek mee vastzat:


De vorming van bladsteeltjes wordt gestimuleerd als de stengel iets aanraakt.


De rechtse clematis bloeit eerder en langer, maar de linkse heeft enorm mooie dieppaarse bloemen.

Andere rankende planten hebben geen specifiek gevormde rankorganen, maar winden zich gewoon helemaal rond allerlei dingen. Een bijzonder lastige klant is de haagwinde (Calystegia sepum). Haagwinde geeft heel erg mooie witte bloemen, maar daar staat tegenover dat het zich rond zowat alles draait en zeer snel kan overwoekeren. Eens je er in de tuin hebt, krijg je ze nog maar moeilijk weg: stengels die op grond terechtkomen, kruipen gewoon naar beneden en vormen er wortels. De bladeren zelf sterven af in de winter, maar de plant overleeft en vermeerdert via wortelstokken.


Haagwinde (Calystegia sepium) rond tuingerief

Op onze koer groeit er winde tegen de muur onder het keukenvenster, met de wortels tussen de voegen van de tegels. Er komt daar nooit zon, dus ik vrees dat er van bloemen niet veel in huis zal komen—ik heb er toch nog geen gezien. Zonder bloemen is zo'n winde eigenlijk niet echt decoratief, en als ze ook maar aanstalten maakt om richting de clematis op te schuiven, denk ik dat ik ze uittrek.

Zelfhechtende klimplanten

Deze planten hebben speciaal aangepaste luchtwortels die uit de takken van de plant zelf groeien. Als ze in contact komen met bijvoorbeeld een muur, hechten ze er zich aan vast.


De enige sporen die nog overblijven van de wilde wingerd (parthenocissus sp.) die ooit tegen de muur groeide.
Een prachtige plant met in de herfst vuurrode bladeren. Groeide als kool. Onverwoestbaar. Behalve als je ze met wortel en tak uittrekt natuurlijk.

Op dit ogenblik staan langs de snelbouwsteenmuur een stuk of zeven gewone klimopjes (hedera helix).

Waar vroeger het kolenhok stond, staat nu een klimhortensia (hydrangea petiolaris). Klimhortensia's zijn een beetje gelijk dieslmototren: het duurt een tijdje voor ze in gang schieten, maar als ze vertrokken zijn, kunnen ze wel twintig meter hoog worden. We hebben deze plant speciaal gekocht om op de schaduwkant te staan: het was zowat de enige klimplant die helemaal in de schaduw mocht (moest) staan.


De luchtworteltjes van de klimhortensia.