In versie één van de tuin had ik het lumineuze idee om onkruid te zaaien: plastiekzakken vol paardenbloemzaadjes uitgegoten, speciaal graszaad met wilde bloemen gekocht, en alle rommel laten staan, niets uitgetrokken of gewied.
Resultaat: chaos. Binnen de kortste keren was de hele koer overwoekerd, en niet met mooie wilde bloemen maar met aggressieve, vieze planten met grote groene bladeren en kleine witte bloemetjes. Met planten die meer steel dan iets anders waren. De mooie dovenetel die ik geplant had, was op een ik en een gij overwoekerd door echte brandnetels, overal stond er winde, scheuten vlinderstruik, vieze matten uitgegroeid lang gras (dat wegens de vochtigheid en de donkerte de neiging had te beschimmelen—eeyurgh.
Deze keer beter, zou ik zo denken. Ortnung muß sein, en onkruid zal waar nodig hardhandig aangepakt worden, jazeker.
Het eerste obstakel was er helaas al een groot: de grond die aangevoerd was op de koer moet vol onkruidzaad gezeten hebben. Achteraf gezien was het misschien opportuun geweest om de hele koer zowat te steriliseren met een massieve dosis vergif, om met een echt schone lei te kunnen beginnen... maar wie weet hoeveel beesten ik dan mee zou doodgedaan hebben, en wie weet hoe lang het zou geduurd hebben om ook maar een schijn van natuurlijke biotoop te ontwikkelen?
Een greep uit het onkruid dat op dit ogenblik in de tuin zit: