Gewone oorwormen zijn geen kevers maar een behoren tot de afzonderlijke insectenorde Dermaptera. Ze hebben een forceps op het achterlijf die er vervaarlijk uitziet, maar eigenlijk alleen maar gebruikt worden om met elkaar te vachten en om hun vleugels open en dicht te plooien.
Oorwormen zijn thigmotactisch, 't is te zeggen ze zitten graag dicht tegen iets aan. Je vindt ze vaak terug onder stenen of in opgerolde bladeren. Dat ze in oren kruipen en eitjes leggen in de hersenen is een fabeltje.
Oorwormen doorgaan geen volledige metamorfose: eens ze uit het ei komen, zijn er vier of vijf verschillende groottes nimfen voor ze volwassen zijn. Het zijn omnivoren: ze eten zower plantaardig materiaal als bijvoorbeeld bladluizen. .