Snuitkevers (Curculionidae) zijn te herkennen aan de verlengde kop , voor de rest kunnen ze allerlei vormen en kleuren hebben.
Het snuitkevertje hieronder liep wat verloren over de koer liep, waarschijnlijk uit een handvol vers uitgetrokken onkruid gevallen. Ik heb het dan maar terug onder de struiken gezet.
Er zijn stapels snuitkevers, en ze lijken allemaal op elkaar. Het beestje hierboven (bekijk zeker ook eens de grotere versie: die paarse oogjes zijn zó schattig!) lijkt verdacht veel op een dennensnuitkever (Hylobius sp.), maar het is eigenlijk een gegroefde lapsnuitkever of taxuskever (Otiorhynchus sulcatus). Het is iets meer dan een centimeter lang, het kan niet vliegen, het is vooral 's nachts achtief, maar vooral: het is helaas een zeer schadelijke soort. Larves tasten Astilbes en Primula's aan (die we allebei staan hebben), en zowel larves als volwassen beesten doen zich onder meer tegoed aan rozen, coniferen en taxus.
Veel snuitkevers zijn heel erg klein, zo ook deze:
Zoals veel klein grut zat hij op een dag op mijn hand bij het onkruid wieden. En toen vloog hij naar de rozemarijn. En toen vloog hij weg. Normaal gezien brengt deze Trichosirocalus troglodytes zijn tijd door op weegbree: de larve ontwikkelt er zich in de onrijpe zaden, verpopt dan in de grond, en de volwassen kevers maken gaatjes in de wand van de aarsteel waardoor ze de vaatbundels aan kunnen boren.
Veel van die kleine snuitkevertjes zijn gewoon niet te identificeren, en al helemaal niet in de herfst, als ze door de wind van hun vaste plant afgeblazen worden. Deze blauwe kerel, die in de nieuwe blaadjes van een solie zat, zou vanalles kunnen zijn: Anthonomus rubi, Glociamus sp., Magdalis ruficornis, ... Ik houd het op "onbekend snuitkevertje".