Springstaartjes (Collembola) zijn geen insecten, maar ze behoren wel tot dezelfde groep (Hexapoda) als insecten. Het zijn kleine beestes (maximum een paar millimeters groot) met twee antennes, zes poten, en ze hebben onder hun achterlijf vaak een gevorkt aanhangsel (furca) waarmee ze weg kunnen springen.

Springstaartjes zitten vooral op vochtige of natte ondergrond, maar ze zitten letterlijk overal: in het gras, in dooie bladeren, op of onder stenen, in mierennesten, op gletsjers, op het oppervlak van meren, ... Bij ons zijn ze vooral te zien rond het putje op de koer en op de stenen, maar ze zitten wel degelijk overal.

Ik zou bij deze kunnen ophouden ware het niet voor de enorme hulp van Frans Janssens, wereldauthoriteit op het gebied en chef van het onvolprezen Checklist of the Collembola of the World. So without any further adieu...

Tomoceridae

Tomoceridae zijn in België maar met enkele genera vertegenwoordigd, waarvan de meest voorkomende Tomocerus en Pogonognathellus zijn. De laatste zijn de grootste: tot 6 mm (lichaam zonder antennen). De antennen zijn ongeveer even lang. Op de foto links zijn de antennen iets korter dan het lichaam, en het gaat dan ook bijna zeker om een Tomocerus. Hiervan komen vulgaris en minor het meest voor. T. vulgaris is wat groter dan T.
minor
.en ook wat bruiner, geler dan T. minor die grijzer, zwarter is. T. minor verkiest wat vochtiger omgeving dan T. vulgaris, dus wellicht zijn deze twee beestjes Tomocerus vulgaris.


Tomocerus vulgaris

Symphypleona

Bolvormige springstaartjes. De foto is niet duidelijk genoeg om te zeggen dewelke het precies is (wegens genomen vóór ik mijn diopteradapter en ringflits had). Misschien is het een Allacma fusca, maar voor hetzelfde geld is het iets anders:


Héél erg misschien een Allacma fusca

Andere springstaarten

Dit schattige beestje is een Entomobrya multifasciata:


Entomobrya multifasciata

Meestal weet ik van ver noch van dicht welke soort springstaart het is, maar deze was net iets eenvoudiger:


Springstaartje (Orchesella cincta) op trosje lege poppenkokers van waarschijnlijk zaagwespen.

Deze witgrijze iridescerende springstaart is Heteromurus nitidus:


Heteromurus nitidus

Het lijkt alsof hij geen ogen heeft, al heeft hij er in feite wel maar ze zijn zeer moeilijk te zien, zelfs met de microscoop, omdat ze geen pigmentvlekken hebben. De schittering wordt net zoals bij Tomocerus veroorzaakt door schubjes. Je kunt op de grotere foto nog juist zien (als je het weet...) dat het laatste antennelid onderverdeeld is door talrijke fijne insnoeringen. H. nitidus is een soort die evolutionair 'onderweg' is om een grottensoort te worden.

Deze springstaart is de meest vorokomende op onze koer. Het is waarschijnlijk een Isotoma of Isotomurus:

Veel soorten springstaartjes doen niet aan sex. Of beter, de mannetjes laten hun sperma gewoon in pakketjes (spermatophora) achter. Aangezien springstaartjes de neiging hebben om in grote groepen te leven, is er veel kans dat vrouwtjes die pakketjes tegenkomen:


Kuddes springstaartjes aan het putje bij de keukendeur