Lichtmotten (Pyralidae)

Tot nog toe hebben we nog niet veel vlinders gezien op de koer. Een enkel voorbijfladderend koolwitje, en op een goeie dag dit kleine beestje:


Muntvlindertje (Pyrausta aurata)

Het zou wel eens kunnen dat het beestje meegekomen was met, of minstens afgekomen is op het muntplantje dat ik in een pot gezet had, maar ik vermoed eerder dat het op de grote marjoleinstruik afgekomen is: het heeft een dag of drie in de buurt van de thym en de marjolein rondgehangen.

Uilen (Noctuidae)

Ik dacht dat het een gelduiltje (Polychrysia moneta) was, maar neen: een bog standard gamma-uiltje (Autographa gamma, met dank aan Wim Prange voor de identificatie). Had ik er iets meer (euh, iets) van afgeweten, dan had ik hem herkend aan de karakteristieke tekening op de vleugels (vergelijk deze van bij Hans en Hania).


Gamma-uil (Autographa gamma)

Als het een gelduil was geweest, zou het een relative primeur geweest zijn: voor zover ik zie op het internet was de soort vroeger wijd verspreid in het land, maar is ze nu heel zeldzaam. Er zouden in de laatste tien jaar maar twee exemplaren gesignaleerd zijn in België!

Koolwitjes (Pieris brassica)

Bijzonder vraatzuchtige rupsen, in de tuin bij mijn ouders, in augustus en september:


Rupsen van koolwitjes (Pieris brassica)

Wintervlinders

Deze vrouwelijke kleine wintervlinder (Operophtera brumata) heeft enkel vleugelstompjes:



kleine wintervlinder (Operophtera brumata) vóór en na het eitjesleggen

Zakdragers

Sommige rupsen camoufleren zichzelf met allerlei losliggend materiaal, zoals deze zakdrager vol stof en afgeworpen spinnenpoten:


Een zakjesdrager (Dahlica triquetrella) [met dank aan Hen ten Hol]

De volwassen zak is ca. 8 mm lang. Het is in onze omstreken een parthenogenetische soort, dus er komen alleen vrouwtjes voor. Bij deze soort zijn die ongevleugeld (te vergelijken met de wintervlinder hierboven, hoewel die nog stompjes heeft). De vrouwtjes komen uit in april/mei en blijven tijdens hun korte leven op de zak zitten waarin ze met hun achterlijf de eitjes afzetten. Na een paar weken komen de rupsjes uit, maken meteen een nieuw zakje en de cyclus begint opnieuw.

Ongeïdentificeerde lepidoptera

Verdere wapenfeiten op het (nacht)vlindervlak:



Linksboven een pop van één of andere soort vlinder. Of mot.
Rechtsboven en onderaan rupsen van illuster onbekende beesten.

Blijkbaar lopen er nog rupsen rond tot in de winter. Deze zat eind november nog op de rozemarijn:


Een rups, misschien van de agaatvlinder (Phlogophora meticulosa)