Zweefvliegen (Syrphidae) zweven vaak rond bloemen. Volwassen dieren leven op pollen en nectar; de larves van sommige soorten eten rottend plantaardig materiaal, andere eten bladluizen of andere schadelijke insecten.

Er zijn zo'n zesduizend soorten bekend, waarvan er in de Belenux een driehondertal voorkomen. Ze zijn meesters in mimicry: al zijn zweefvliegen formeel onder te verdelen in zo'n tweehonderd soorten, informeel kunnen ze opgedeeld worden naar waar ze op lijken (wespen, bijen, hommels, zaagwespen, ...).


een witte halvemaanzwever (Scaeva pyrastri)

Het onderscheid tussen de orignelen en zweefvliegen is op het eerste gezicht niet altijd duidelijk als ze stil zitten, maar eens ze gaan vliegen is er geen discussie meer mogelijk. Zweefvliegen zijn veel betere vliegers dan wespen, hommels of bijen: zo kunnen ze vaak boomstil blijven hangen in de lucht, en ze vliegen ook veel sierlijker rond.

Valse bijen

Veel zweefvliegen zien eruit als bijen, met min of meer dezelfde lichaamsbouw en ook overal haartjes. Het is voor een niet-specialist praktisch onmogelijk om de verschillende soorten uit elkaar te houden, en ik ga er dan ook zelfs geen poging toe ondernemen. Vrijwilligers-identificatoren zijn welkom:


een bij-achtige zweefvlieg (Eristalis sp.?)

Snuitvlieg

Zowat de meest eenvoudige zweefvlieg om te identificeren is de snuitvlieg (Rhingia campestris), die te herkennen is aan het hoorntje op de kop en het roodachtig achterlijf. Ze komt over heel Noordwest-Europa algemeen voor; de larves leven in koeienuitwerpselen.


Een Snuitvlieg (Rhingia campestris) op een lavendelbloem